Transparante aligners: attachments zijn geen accessoire, zij maken de beweging mogelijk

De transparante aligner is de meest gestelde vraag in de volwassenenorthodontie geworden, en de commerciële communicatie heeft het idee gewekt dat hij alles kan wat vaste apparatuur kan. De verschillen zijn reëel en horen bekend te zijn voordat men een casus aanneemt.

Het principe is dat een schelp die licht van de huidige stand afwijkt kracht uitoefent terwijl zij haar eigen vorm probeert te hernemen. De beperking is dat een glad oppervlak op een gladde kroon kan duwen, maar moeite heeft met trekken en roteren.

Attachments lossen precies dat op. Het zijn op het element geplakte composietverhogingen die de aligner grip geven, en hun vorm is niet decoratief: zij bepaalt het haalbare bewegingstype.

Een op extrusie geoptimaliseerd attachment heeft zijn actieve vlak naar occlusaal gericht; een rotatieattachment heeft vlakken die een krachtenkoppel opwekken. Zonder deze zijn extrusie en rotatie de minst voorspelbare bewegingen.

Trackingverlies is het belangrijkste klinische probleem en betekent dat het element de geprogrammeerde positie niet heeft gevolgd. Het is te herkennen aan een zichtbare spleet tussen aligner en incisale rand.

Er zijn drie oorzaken, in volgorde van frequentie. Onvoldoende draagtijd, een buiten het bereik van het systeem geprogrammeerde beweging, of een losgelaten dan wel verkeerd geplaatst attachment.

Ze onderscheiden is nodig omdat de oplossing verschilt: in het eerste geval gaat men enkele schelpen terug, in het tweede is een nieuwe scan nodig, in het derde volstaat het attachment opnieuw te plakken.

De best gedocumenteerd voorspelbare bewegingen zijn buccolinguale kanteling en het sluiten van kleine ruimten. Moeilijk zijn extrusie van snijtanden, rotatie van hoektanden en premolaren, en lichaamsbeweging van de wortels.

Extrusie is moeilijk om een fysieke reden: de aligner kan een element het bot in duwen, maar om het eruit te trekken moet hij het vastpakken — en zonder attachment heeft hij geen houvast.

Het sluiten van extractieruimten is de situatie waarin aligners hun grootste beperkingen tonen. Het risico is kanteling van de kronen naar de ruimte terwijl de wortels achterblijven, en die situatie corrigeren kost tijd.

Approximale glazuurreductie maakt vaak deel uit van het plan en moet met beleid worden uitgevoerd. Glazuur wegnemen is onomkeerbaar, en de door de software geplande hoeveelheid hoort klinisch te worden geverifieerd voordat zij volledig wordt uitgevoerd.

Retentie na aligners volgt dezelfde regels als na vaste apparatuur en wordt van meet af aan ingepland. Wie een jaar schelpen heeft gedragen, beschouwt de behandeling bij aflevering van de laatste als afgerond.

Kortom: attachments bepalen welke bewegingen mogelijk zijn, trackingverlies heeft drie te onderscheiden oorzaken, extrusie en rotatie blijven de moeilijke bewegingen, en extractiecasussen vragen om terughoudendheid.