Tijdelijke cementen: eugenol is prettig voor de patiënt en schadelijk voor de definitieve hechting
Een tijdelijk cement moet stevig genoeg houden om niet los te komen en licht genoeg om schadeloos verwijderen mogelijk te maken. Het is een evenwicht, en de meeste problemen ontstaan door een uiterste te kiezen.
Het wezenlijke onderscheid loopt tussen cementen met en zonder eugenol. Eugenol heeft een al ruim een eeuw gedocumenteerd sederend effect op de pulpa, en op een pas geprepareerde vitale stomp vermindert het de gevoeligheid merkbaar.
Het probleem is dat eugenol de polymerisatie van harsmaterialen remt. Resten blijven ook na mechanische reiniging in het dentine achter, en die resten storen het adhesief dat weken later wordt aangebracht.
De regel die daaruit volgt is helder: wordt de definitieve restauratie adhesief bevestigd — glaskeramiek, facings, inlays — dan mag het provisorium geen eugenol bevatten. De winst aan gevoeligheid weegt niet op tegen het verlies aan hechting.
Wordt de definitieve bevestiging daarentegen conventioneel of zelfadhesief op een retentieve preparatie, dan is eugenol aanvaardbaar en heeft de patiënt er baat bij.
Eugenolvrije zinkoxidecementen behouden een groot deel van de mechanische eigenschappen zonder de storing. Zij zijn nu in de meeste gevallen de standaardkeuze, juist omdat zij niet dwingen vooraf te beslissen.
Tijdelijke harscementen bieden hogere retentie en passen bij langdurige provisoria of weinig retentieve preparaties. Het verwijderen is lastiger, en bij een broos provisorium kan het dat breken.
De retentie is af te stemmen, en de techniek is het kennen waard. Cement alleen op het inwendige occlusale deel van het provisorium aanbrengen en de axiale wanden vrijlaten vermindert de benodigde verwijderkracht zonder de afsluiting te schaden.
Een filmpje vaseline op de axiale wanden van de stomp heeft hetzelfde effect en is nog eenvoudiger, maar alleen te gebruiken bij goed passende provisoria: bij een los provisorium vermindert het de retentie te sterk.
Het verwijderen van resten vóór de definitieve bevestiging is de stap die de hechting bepaalt, en de stap die het haastigst wordt uitgevoerd. Een stomp die schoon lijkt houdt in zijn oneffenheden een cementfilm vast.
Mechanisch reinigen met cup en olievrije polijstpasta is het minimum. Stralen met aluminiumoxide bij lage druk is doeltreffender, en bij stompen die een adhesieve restauratie krijgen zou het routine moeten zijn.
De controle gebeurt met de sonde en droog: een vlak met cementresten oogt matter en minder weerkaatsend dan schoon dentine. Een verschil dat zichtbaar is zodra men weet waarop te letten.
Kortom: geen eugenol als een hechting volgt, retentie afgestemd door cement alleen aan te brengen waar het nodig is, en stompreiniging die tot stralen gaat wanneer de definitieve voorziening adhesief wordt bevestigd.