Stralen: de verkeerde druk op zirkonia geeft microscheuren in plaats van retentie

Stralen is de meest gebruikte oppervlaktebehandeling in de prothetiek en die met de grootste afstand tussen dagelijkse praktijk en gedocumenteerde parameters. Dezelfde druk wordt gebruikt voor materialen die tegengestelde behandelingen vragen.

Het principe is eenvoudig: met lucht versnelde straaldeeltjes geven microscopische ruwheid, wat het beschikbare hechtoppervlak vergroot en de bevochtigbaarheid verbetert.

Bij zirkonia is de behandeling onmisbaar omdat waterstoffluoride geen effect heeft: zonder glasfase om op te lossen geeft etsen geen enkele retentie. Stralen is de enige manier het oppervlak mechanisch te conditioneren.

Maar zirkonia vraagt eigen parameters, en daar ontstaat het probleem. Hoge drukken wekken aan het oppervlak een fasetransformatie van tetragonaal naar monoklien op, en kunnen microscheuren geven die tot beginpunten worden.

De aanbevelingen komen uit op lage drukken — rond 1 tot 2 bar — met deeltjes van 50 micrometer, op ongeveer 10 millimeter afstand en gedurende enkele seconden. Op 4 bar stralen omdat de meter zo staat geeft het tegenovergestelde van het bedoelde effect.

Bij metaal ligt het anders: legeringen verdragen hogere drukken en grovere korrels, en het stralen dient er ook om oxiden en inbedmassaresten van het gieten te verwijderen.

Bij stompen in de mond, vóór een adhesieve bevestiging, wordt gestraald met apparaten voor de behandelkamer bij lage druk en fijne deeltjes. Het verwijdert resten tijdelijk cement beter dan enige mechanische reiniging.

Het onderscheid tussen stralen en etsen moet helder blijven, want beide behandelingen zijn niet uitwisselbaar. Glaskeramiek — veldspaat, disilicaat — wordt geëtst met waterstoffluoride, dat de glasfase selectief oplost en een retentieve structuur achterlaat.

Dun glaskeramiek stralen werkt averechts: het neemt ongecontroleerd materiaal weg en kan restauraties van een halve millimeter dik breken.

Na het stralen moet het oppervlak worden gereinigd, en die stap wordt vaak overgeslagen. Aluminiumoxidedeeltjes blijven in het oppervlak steken en horen deels met ultrasoon in alcohol of gedestilleerd water te worden verwijderd.

Het gestraalde vlak met de vingers aanraken heft de behandeling op: de vetfilm van de huid verlaagt de oppervlakte-energie die het stralen had verhoogd. Vanaf het stralen wordt met een pincet gewerkt.

De tijd tussen stralen en bevestigen moet zo kort mogelijk zijn, want het geactiveerde oppervlak raakt binnen minuten verontreinigd door stof uit de lucht.

Kortom: lage druk en fijne deeltjes op zirkonia, nooit waterstoffluoride daarop; etsen in plaats van stralen bij glaskeramiek; ultrasoon reinigen na de behandeling en geen vingercontact tot de bevestiging.