Sectionele matrices en separeerringen: het contactpunt ontstaat door separatie, niet door dikte

Het approximale contactpunt is het detail dat patiënten als eerste controleren, door floss door te halen. Een ontbrekend contact geeft voedselimpactie; een te strak contact verhindert het doorhalen en irriteert de papil.

De meest verbreide denkfout is menen dat het contact ontstaat door materiaal toe te voegen. Het ontstaat juist door de elementen tijdens de restauratie te separeren en ze na verwijdering van de matrix naar hun uitgangspositie te laten terugkeren.

Separatie is mogelijk omdat het parodontale ligament enkele tienden van een millimeter fysiologische beweging toelaat. Die ruimte, tijdens de restauratie benut, wordt de dikte van het contact.

Circumferentiële matrices omsluiten het hele element en waren decennialang het standaardhulpmiddel. Hun beperking is geometrisch: zij geven een vlak approximaal oppervlak, terwijl het natuurlijke convex is met het sterkste contact nabij de occlusale rand.

Een vlak oppervlak geeft een verticaal uitgestrekt in plaats van puntvormig contact, en de floss passeert over de hele hoogte moeizaam.

Sectionele matrices dekken alleen het betrokken deel en hebben een voorgevormde convexiteit die de anatomie nabootst. Samen met een separeerring vormen zij vandaag de maatstaf voor klasse II-restauraties.

De ring vervult twee taken tegelijk: hij separeert de elementen en past de matrix met zijn benen aan de cervicale rand aan. De tweede valt het minst op, en voorkomt materiaaloverschot aan de hals.

Ringen hebben gekalibreerde kracht, en een ongeschikte geeft tegengestelde uitkomsten. Een te zwakke ring separeert niet; een te sterke vervormt de matrix en kan haar uiteinden in de ondersnijding doen inklappen.

MOD-restauraties vragen twee ringen, en dat vereist ontwerpen met verenigbare geometrie: twee standaardringen op hetzelfde element hinderen elkaar.

De banddikte werkt rechtstreeks door op het contact. Banden van 50 micrometer zijn standaard; die van 38 laten een strakker contact en passen wanneer de ruimte al krap is.

Het verschil tussen beide ligt in de orde van een honderdste millimeter, en lijkt onbeduidend tot men vaststelt dat dit precies de orde van grootte van een contact is.

De wig maakt het systeem compleet en vervult een taak die de ring niet op zich neemt: de cervicale rand tegen de gingiva afsluiten. Een anatomische wig, met de holte naar de papil gekeerd, past de matrix aan zonder het weefsel te knellen.

Kortom: voorgevormde sectionele matrix voor de anatomie, separeerring om de ruimte te scheppen die contact wordt, anatomische wig om cervicaal af te sluiten. Composiet toevoegen om een zwak contact te versterken geeft een overgecontourreerde restauratie, geen beter contact.