Retractiedraden en hemostatische pasta's: bloedstelping en sulcusopening zijn twee verschillende problemen
Het beheer van de gingivale sulcus vóór een afdruk lost twee problemen op die men geneigd is te verwarren: de ruimte openen zodat materiaal erin komt, en de bloeding stelpen zodat zij die niet verontreinigt.
Een droge draad opent maar stelpt geen bloed; een hemostatische pasta stelpt bloed maar opent weinig. Ze verwarren leidt ertoe het verkeerde middel te kiezen voor het probleem dat voorligt.
Draden verschillen in constructie. Gevlochten draden laten zich in de sulcus samendrukken en zetten licht uit, waardoor zij zich naar de vorm voegen; getwijnde neigen ertoe bij het inbrengen los te draaien; gebreide houden impregneermiddelen het best vast.
De dikte kiest men naar de sulcusdiepte, niet naar de elementgrootte. Een te dikke draad gaat er niet in en duwt het weefsel naar buiten; een te dunne verdwijnt in de sulcus en is niet meer terug te halen.
Onder de impregneermiddelen heeft aluminiumchloride het beste profiel voor adhesieve prothetiek. Het werkt door eiwitprecipitatie, beheerst lichte bloeding goed en laat geen resten na die de hechting storen.
IJzersulfaat werkt beter bij overvloedige bloeding, maar laat een donker neerslag achter en remt vooral de polymerisatie van harsmaterialen. Vóór een adhesieve bevestiging gebruikt, benadeelt het de binding.
Epinefrine wordt tegenwoordig weinig gebruikt, wegens systemisch risico bij hartpatiënten en wegens het rebound-effect: de bloeding komt terug zodra de vaatvernauwing wegvalt, vaak juist wanneer het materiaal uithardt.
De dubbeldraadtechniek blijft de best gedocumenteerde voor subgingivale randen. Een dunne draad blijft tijdens de afdruk liggen en beheerst het vocht; een dikkere, vlak daarvoor verwijderd, heeft de ruimte geopend.
Het moment van verwijderen weegt zwaarder dan de gekozen draad. Droog verwijderen heropent de bloeding omdat het stolsel aan de vezels hecht: de draad moet vóór het uitnemen worden bevochtigd.
Retractiepasta's uit de cartridge hebben terrein gewonnen omdat zij geen instrumentatie in de sulcus vragen. Men spuit ze in, zij werken enkele minuten, en worden weggespoeld.
Hun beperking is de bereikte opening: goed bij reeds ruime sulci, onvoldoende waar de rand diep ligt en het weefsel stevig aanhecht. Zij blijven aangewezen bij dunne biotypen, waar draad blijvende recessie kan veroorzaken.
De contacttijd moet in beide gevallen worden aangehouden. Een draad die langer dan tien minuten blijft liggen kan ischemie en recessie geven; een te vroeg weggespoelde pasta heeft niet gewerkt.
Kortom: aluminiumchloride wanneer een adhesieve bevestiging volgt, ijzersulfaat alleen waar geen hechting komt, draad om te openen en pasta voor tere biotypen. En de draad wordt altijd bevochtigd voordat hij wordt verwijderd.