Rebasingen: uitstellen kost meer bot dan de bespaarde zitting waard is

De resorptie van de edentate kaakwal houdt niet op. Zij loopt levenslang door — sneller in de eerste maanden na de extracties en daarna langzaam maar zonder onderbreking — en geen enkele prothese voorkomt dat.

Dat betekent dat een bij plaatsing perfect passende volledige prothese geleidelijk minder gaat passen, en dat rebasing geen reparatie is maar gepland onderhoud.

Wat men over het hoofd ziet, is dat een instabiele prothese de resorptie versnelt in plaats van haar alleen te ondergaan. Bewegingen brengen niet-fysiologische krachten op de kaakwal, en overbelaste zones resorberen sneller.

Rebasing uitstellen om de patiënt een zitting te besparen betekent dus bot verliezen dat niet terugkomt. Het is precies het tegendeel van de schijnbare besparing.

De signalen zijn herkenbaar. Afnemende retentie zonder verandering in de mondzorg, drukplekken op nieuwe plaatsen, recente spraakmoeilijkheden, en zichtbare beweging van de prothese tijdens het kauwen.

Ontstekingshyperplasie aan de randen is een laat teken: het wijst erop dat de rand door resorptie is verschoven en het weefsel nu chronisch beschadigt. Dan moet het weefsel eerst worden behandeld.

De directe rebasing gebeurt in de stoel met zelfuithardend acrylaat. Zij is snel maar kent grenzen: de reactie is exotherm, restmonomeer kan de mucosa irriteren, en de laagdikte is moeilijk te beheersen.

Het meest concrete risico is een onbedoelde verhoging van de verticale dimensie: bijt de patiënt te hard op het nog plastische materiaal, dan gebeurt er niets; bijt hij te zacht, dan blijft de prothese een millimeter te hoog — en dat voelt hij.

De indirecte rebasing, met functieafdruk en verwerking in het laboratorium, biedt duidelijk betere materiaaleigenschappen en geen risico op chemische irritatie. De patiënt is enkele uren zonder prothese, en dat is het enige echte nadeel.

Zachte rebasingen hebben een specifieke indicatie: smalle kaakwallen met dunne mucosa, waar stijf materiaal pijn doet. Het materiaal dempt de belasting en maakt een anders pijnlijke situatie draaglijk.

Hun werkelijke levensduur hoort de patiënt te weten. Acrylaatgebaseerde materialen verliezen binnen maanden hun elasticiteit; silicones gaan langer mee maar laten aan de randen los en worden gekoloniseerd door Candida, die aan deze oppervlakken beter hecht dan aan acrylaat.

De weefselconditioner heeft een andere, tijdelijke rol: hij wordt op ontstoken mucosa aangebracht om genezing mogelijk te maken vóór de definitieve afdruk. Hij wordt om de paar dagen vernieuwd en is geen rebasing.

Kortom: rebasing wordt gepland in plaats van afgewacht, de indirecte verdient de voorkeur wanneer de tijd het toelaat, en zachte rebasingen hebben een nauwkeurige indicatie en een beperkte levensduur die moet worden gemeld. Een prothese die beweegt is niet alleen ongemakkelijk: zij verbruikt het bot waarop zij rust.