De precisieafdruk: waar de micrometers verloren gaan die later aan de rand ontbreken
Een kroon die aan de rand niet sluit wordt vrijwel altijd het laboratorium aangerekend. In de meeste gevallen ontstond de fout eerder, bij de afdruk, en heeft de tandtechnicus getrouw weergegeven wat al verkeerd was.
Polyvinylsiloxanen zijn vandaag de maatstaf in de vaste prothetiek. Zij hebben uitstekende dimensiestabiliteit, een elastisch herstel boven 99 procent en kunnen zelfs dagen later zonder vervorming worden uitgegoten.
Polyethers hebben vergelijkbare nauwkeurigheid en één onderscheidend kenmerk: zij zijn ook in onuitgeharde toestand hydrofiel en kopiëren een licht vochtig oppervlak dus beter. De beperking is de hoge stijfheid, die het verwijderen bemoeilijkt bij ondersnijdingen of een verzwakt parodontium.
Reversibele hydrocolloïden behouden een indicatie waar maximale hydrofilie nodig is, maar vragen eigen apparatuur en onmiddellijk uitgieten. Alginaten horen niet thuis in de vaste prothetiek: hun blijvende vervorming overtreft die van additiesiliconen met een orde van grootte.
De tweefasetechniek met putty-voorafdruk en rebasing in dunvloeiend materiaal is het meest verbreid, en ook daar wordt de meest voorkomende fout gemaakt: onvoldoende ruimte scheppen voor het dunvloeiende materiaal.
Rust de putty op de geprepareerde tand, dan heeft het dunvloeiende materiaal geen laagdikte om te vloeien en legt de afdruk de putty vast, niet het detail. De ruimte ontstaat met een afstandsfolie in de eerste fase, of door materiaal weg te nemen vóór het rebasen.
De éénfasetechniek met twee consistenties tegelijk neemt dat risico weg maar vraagt een ervaren assistente en strakke tijden: de uithardingsfasen van beide materialen moeten elkaar overlappen, anders ontstaat een scheidingsvlak.
Het beheer van het gingivale weefsel bepaalt of de rand leesbaar wordt. De dubbele draad is de best gedocumenteerde techniek: een dunne draad blijft tijdens de afdruk liggen, een dikkere wordt vlak daarvoor verwijderd.
De onderste draad beheerst het sulcusvocht, de bovenste opent de ruimte. Door alleen de tweede te verwijderen blijft de opening behouden zonder dat bloed de sulcus binnendringt op het moment dat het materiaal er intreedt.
Pastasystemen op basis van aluminiumchloride zijn het minder invasieve alternatief bij een dun biotype, waar draad recessie kan veroorzaken. Zij zijn minder doeltreffend wanneer de rand diep ligt of de sulcus bijzonder nauw is.
Vocht is de meest voorkomende en meest onderschatte tegenstander. Bloed of sulcusvocht veroorzaken bellen juist aan de rand — het enige punt dat werkelijk telt — en de behandelaar ziet ze pas na het verwijderen.
Een afdruk met een bel aan de rand wordt niet met was in het laboratorium hersteld: hij wordt overgemaakt. De tijd van een herhaling is altijd korter dan die van een opnieuw te vervaardigen kroon.
Kortom, de nauwkeurigheid van de afdruk berust op drie punten: voldoende ruimte voor het dunvloeiende materiaal, geopend en droog gingivaal weefsel, en een materiaal gekozen naar de casus in plaats van uit gewoonte. Het laboratorium kan alleen weergeven wat het ontvangt.