Polijsten: bijgeslepen en niet nagepolijst zirkonia slijt de antagonist
Polijsten is de laatste stap van elke restauratie en de eerste die sneuvelt bij tijdnood. Het is tegelijk de stap die bepaalt hoezeer de restauratie het tegenoverliggende element beschadigt.
Het gegeven dat alles stuurt luidt: correct gepolijst zirkonia veroorzaakt antagonistslijtage vergelijkbaar met natuurlijk glazuur, terwijl hetzelfde zirkonia ruw gelaten uitgesproken abrasief is.
Niet de hardheid van het materiaal slijt de antagonist, maar de oppervlakteruwheid. Een glad vlak glijdt, een ruw vlak werkt bij elke kauwcyclus als schuurpapier.
Daaruit volgt de regel die het vaakst wordt overtreden: elke occlusale correctie vraagt napolijsten. De correctie gebeurt met een diamantboor en laat een ruw vlak achter, precies op het punt dat bij elke slikbeweging de antagonist raakt.
Een in dertig seconden weggeslepen hoog contact zonder napolijsten geeft een blijvend abrasief gebied. De patiënt merkt er niets van, en de slijtage toont zich jaren later op het tegenoverliggende element.
Polijstsystemen voor zirkonia gebruiken diamantkorrels ingebed in siliconenrubber, in drie opeenvolgende korrels. De eerste verwijdert de boorgroeven, de tweede egaliseert, de derde brengt glans.
De middelste korrel overslaan is de meest gemaakte fout: de fijne korrel kan de diepe groeven van de eerste niet wegnemen, en geeft een vlak dat gepolijst lijkt maar gestreept blijft.
Glazuren in de oven is een alternatief voor mechanisch polijsten, geen aanvulling. Een laag gesmolten glas aan het oppervlak geeft meer glans, maar zij is dun en slijt: na enkele jaren functie ligt het onderliggende vlak weer bloot.
Daarom verkiezen velen op belaste occlusale vlakken mechanisch polijsten: dat gaat even lang mee als het materiaal. Glazuren blijft ideaal op niet-functionele esthetische vlakken.
Composiet vraagt een andere volgorde omdat het een heterogeen materiaal is. Vulstofdeeltjes en harsmatrix slijten met verschillende snelheid, en agressief polijsten neemt de matrix weg en laat de vulstof uitsteken.
Voor composiet gebruikt men flexibele schijven met afnemende korrel op bereikbare vlakken, en siliconenrubberpunten voor anatomische zones, steeds bij lage snelheid en met lichte druk.
De snelheid is de parameter die alle materialen gemeen hebben. Polijsten gebeurt bij laag toerental: hoge snelheid geeft warmte die de composietmatrix aantast en in zirkonia een fasetransformatie kan opwekken.
Kortom: de ruwheid bepaalt de antagonistslijtage sterker dan de hardheid, elke occlusale correctie moet zonder uitzondering worden nagepolijst, de korrelvolgorde laat geen overslaan toe, en polijsten gebeurt bij lage snelheid met lichte druk.