Orthodontische minischroeven: skeletale verankering neemt de neveneffecten weg die men vroeger onderging

Verankering is het kernprobleem van de orthodontische mechanica: elke op een element uitgeoefende kracht wekt een even grote tegenkracht op wat het vasthoudt. Vóór de minischroeven bleef er niets anders over dan de reactie over meerdere elementen te verdelen en hun verplaatsing te aanvaarden.

Minischroeven veranderen die situatie. In het bot verankerd bewegen zij niet en maken zij bewegingen mogelijk die eerder extraorale apparatuur of compromissen in het resultaat vergden.

De best onderbouwde indicaties zijn intrusie van de bovenmolaren bij een open beet, en-masse-retractie van het front, en distalisatie zonder medewerking van de patiënt.

In al deze gevallen levert de klassieke mechanica neveneffecten op die men als onvermijdelijk aanvaardde: extrusie van de molaren, verlies van verankering, afhankelijkheid van 's nachts gedragen headgear.

De meest gebruikte insertieplaatsen zijn het interradiculaire bot tussen tweede premolaar en eerste molaar, het retromolaire gebied en het palatum. Elke plaats kent nauwkeurige anatomische beperkingen.

Interradiculaire insertie vraagt voldoende ruimte tussen de wortels, en dat is de variabele die het succes bepaalt. Een gerichte röntgenopname vóór het plaatsen weegt zwaarder dan welke chirurgische vaardigheid ook.

Wortelcontact is de meest voorkomende en tegelijk best vermijdbare oorzaak van falen. Het geeft mobiliteit van de minischroef, percussiepijn en in het ergste geval wortelschade.

Het palatum kent het hoogste gedocumenteerde slagingspercentage, omdat het bot dik is, de mucosa aangehecht en er geen wortels in de buurt liggen. Palatinale minischroeven tonen hogere stabiliteitscijfers dan interradiculaire.

Directe belasting is mogelijk omdat minischroeven op mechanische retentie werken en niet op osseo-integratie. De aangebrachte krachten moeten niettemin beperkt blijven, in orde van grootte onder 200 gram.

Dat onderscheidt minischroeven van implantaten: wachten hoeft niet, maar willekeurige krachten mogen evenmin. Overbelasting geeft microbewegingen die het bed verwijden en tot verlies leiden.

Ontsteking van het weke weefsel rond de kop is de tweede oorzaak van falen en hangt af van de mondhygiëne. Een minischroef in beweeglijke mucosa in plaats van in aangehechte gingiva raakt veel sneller ontstoken.

De patiëntinstructie moet de gerichte reiniging van het gebied omvatten, doorgaans met een solobestje en de eerste dagen een spoelmiddel.

Kortom: minischroeven lossen het verankeringsprobleem op maar vragen radiologische beoordeling van de interradiculaire ruimte, het palatum is de betrouwbaarste plaats, de belasting is direct maar begrensd, en de hygiëne rond de kop bepaalt een groot deel van het succes.