Monolithisch of opgebakken zirkonia: de keuze valt op het chippingrisico, niet op de esthetiek
Zirkonia heeft metaal in een groot deel van de vaste prothetiek vervangen, maar de keuze tussen monolithisch en opgebakken wordt nog altijd esthetisch gemaakt terwijl zij mechanisch gemaakt zou moeten worden.
Het bepalende probleem is chipping: breuk van de veldspaatkeramische opbaklaag op het zirkoniaframe. Systematische reviews melden bij vroege systemen incidenties tot 15 procent na vijf jaar.
De oorzaak is niet het zirkonia maar het grensvlak. De opbakkeramiek heeft een veel lagere sterkte, en verschillen in thermische uitzettingscoëfficiënt tussen beide materialen wekken bij het afkoelen restspanningen op.
Langzaam afkoelen na het bakken vermindert het verschijnsel merkbaar, en is een van de weinige laboratoriumvariabelen met aangetoond effect. Snel afkoelen sluit spanningen in die zich maanden later onder kauwbelasting ontladen.
Monolithisch zirkonia neemt het probleem bij de wortel weg: geen opbaklaag, dus geen chipping. Het frame is één gefreesd blok, alleen aan het oppervlak gekarakteriseerd.
De prijs van deze keuze is esthetisch en moet tegen de locatie worden afgewogen. Vroege zirkonia's waren opaak en alleen geschikt voor het zijdelingse deel; latere generaties wonnen transluciditeit, maar met een duidelijke afruil.
Transluciditeit ontstaat door een hoger yttriumgehalte, dat de kubische fase stabiliseert ten koste van de tetragonale. De tetragonale fase draagt de versterking door fasetransformatie: meer transluciditeit betekent minder taaiheid.
In cijfers: 3Y-zirkonia's hebben een buigsterkte rond 1200 MPa bij lage transluciditeit; 5Y zakt naar 600 à 800 MPa bij esthetische transluciditeit. Het verschil bepaalt de indicatie, niet de voorkeur.
De praktische regel die daaruit volgt: hoogsterk monolithisch in het zijdelingse deel en bij uitgebreide bruggen, transluscent monolithisch bij solitaire frontelementen met beheerste belasting, opgebakken alleen waar de esthetische eis maximaal is en de patiënt geen bruxist.
Gedeeltelijk opbakken — opbaklaag alleen buccaal, met incisale rand en occlusaal vlak in vol zirkonia — is een geldig compromis: het behoudt de esthetiek waar men die ziet en de sterkte waar wordt belast.
De preparatie voor monolithisch zirkonia vraagt minder laagdikte dan metaalkeramiek: 0,5 mm axiaal kan bij solitaire elementen volstaan, tegenover de 1,2 tot 1,5 mm voor frame plus opbaklaag. Dat is een reëel biologisch voordeel in de vorm van gespaard weefsel.
De antagonist verdient aandacht. Correct gepolijst zirkonia veroorzaakt slijtage van de antagonist vergelijkbaar met glazuur; na occlusale correctie ruw gelaten zirkonia is daarentegen uitgesproken abrasief. Elke correctie vraagt napolijsten met daarvoor bestemde instrumenten.
Kortom, de keuze valt op de verwachte belasting en de positie: waar het mechanische risico hoog is, monolithisch; waar de esthetiek overheerst en de belasting beheerst is, opgebakken of transluscent. En elke occlusale correctie wordt nagepolijst, zonder uitzondering.