Implantaatgedragen overkappingsprothesen: de attachments kiest men wetend wie ze moet reinigen
De implantaatgedragen overkappingsprothese heeft de prognose van de edentate onderkaak veranderd, waar een conventionele volledige prothese anatomisch beperkte stabiliteit heeft. Twee interforaminale implantaten verbeteren de retentie op een manier die de patiënt onmiddellijk merkt.
De attachmentkeuze wordt vaak gemaakt op de door de fabrikant opgegeven retentie. Dat is het minst bruikbare criterium: retentie is instelbaar, onderhoud niet.
Drukknopattachments van het Locator-type zijn vandaag het meest verbreid, om praktische redenen. Zij bouwen laag, verdragen met eigen inzetstukken een divergentie tussen implantaten tot ongeveer 40 graden, en het vervangen van het retentieve inzetstuk kost enkele minuten in de stoel.
Het nylon inzetstuk is een verbruiksartikel, geen blijvend onderdeel. Het wordt vervangen zodra de retentie afneemt, doorgaans elke zes tot twaalf maanden naargelang het gebruik, en de patiënt moet dat vanaf de eerste dag weten.
Dat niet uitleggen levert de meest gehoorde klacht over deze voorziening op: de prothese die na een jaar niet meer houdt. Het is geen mislukking maar gepland onderhoud dat niemand heeft aangekondigd.
Een verbindingssteg verdeelt de belasting over de implantaten en verbindt ze, een reëel biomechanisch voordeel bij korte implantaten of matige botkwaliteit. Hij biedt bovendien hogere en in de tijd stabielere retentie.
De prijs is de mondhygiëne. Onder de steg ontstaat een ruimte die de patiënt dagelijks met een ragertje moet reinigen, en bij een oudere met verminderde handvaardigheid wordt die ruimte een plaquereservoir.
De beschikbare verticale prothetische ruimte is de beperking die vaak voor ons beslist. Een steg met ruiter vraagt ten minste 12 tot 14 millimeter tussen implantaatschouder en occlusievlak; drukknopattachments volstaan met 8 tot 10.
Die ruimte vóór de chirurgie meten voorkomt de slechtste situatie: correct geplaatste implantaten maar een prothese die alleen te maken is door het kunststof tot breekbaar toe uit te dunnen.
Telescoopsystemen bieden de best instelbare retentie en de beste lastverdeling, maar zijn duur en vragen hogere laboratoriumprecisie. Zij blijven geïndiceerd bij complexe casussen met resterende natuurlijke pijlers.
Het aantal implantaten weegt voor de tevredenheid van de patiënt minder zwaar dan gedacht. Systematische reviews tonen dat twee implantaten in de onderkaak een verbetering van de levenskwaliteit geven die vergelijkbaar is met vier; in de bovenkaak zijn vier het redelijke minimum vanwege de andere botkwaliteit.
Het onderhoud wordt bij de plaatsing ingepland, niet wanneer het probleem zich voordoet. Controle van de retentie, inspectie van de mucosa onder de prothese, beoordeling van de tandslijtage en periodieke rebasingen: het bot onder het zadel blijft ook met implantaten resorberen.
Kortom, het attachment wordt gekozen op beschikbare ruimte, botkwaliteit en — vooral — wie het elke dag moet reinigen. Een biomechanisch superieur systeem dat de patiënt niet kan onderhouden geeft een slechter resultaat dan een eenvoudig systeem dat goed wordt gebruikt.