Hartpatiënt: antibioticaprofylaxe betreft minder mensen dan men denkt

De hartpatiënt roept in de praktijk twee terugkerende vragen op: is antibioticaprofylaxe nodig, en moet de antistolling worden gestaakt. Beide hebben nauwere antwoorden dan wordt aangenomen.

Bij de profylaxe zijn de indicaties gaandeweg versmald. De voornaamste internationale richtlijnen houden haar tegenwoordig voor aan een kleine groep hoogrisicosituaties.

Daaronder vallen doorgaans dragers van een kunstklep of prothesemateriaal voor klepherstel, wie een doorgemaakte infectieuze endocarditis had, en bepaalde aangeboren hartafwijkingen.

Erbuiten vallen situaties die vroeger meetelden, zoals mitralisklepprolaps en veel verworven klepafwijkingen, en dat wekt de meeste verwarring omdat de patiënt zich adviezen van jaren terug herinnert.

Waar aangewezen dekt de profylaxe ingrepen waarbij tandvleesweefsel of het gebied rond de wortelpunt wordt bewerkt, en een professionele mondzorgafspraak valt daaronder.

Het punt dat de richtlijnen benadrukken en dat het doorgeven waard is, is echter een ander: de dagelijkse bacteriëmie door kauwen en poetsen in een ontstoken mond overtreft in totale blootstelling die van één afspraak.

Daaruit volgt dat het beheersen van de tandvleesontsteking een risicopatiënt méér beschermt dan de profylaxe zelf, en dat is een argument dat beter motiveert dan welke algemene aanbeveling ook.

Bij de antistolling gaat de lijn duidelijk naar niet staken. Het trombo-embolisch risico van onderbreking overtreft het bloedingsrisico van een mondzorgafspraak.

Parodontale instrumentatie bij stabiele antistolling gebeurt zonder de behandeling te wijzigen, met plaatselijke maatregelen om de bloeding te beheersen.

Afstemming met de behandelend arts blijft nodig bij chirurgische ingrepen, maar de gewone mondzorgafspraak vraagt in de regel geen enkele aanpassing.

De plaatselijke maatregelen zijn eenvoudig en volstaan: druk met gaas, tranexaminezuur plaatselijk waar aangewezen, atraumatische instrumentatie en kortere afspraken met beperkte gebieden.

Wie plaatjesremmers gebruikt, hoeft niet te staken en vraagt geen bijzondere voorzorg boven de gebruikelijke, en het is een zorg die vaker opkomt dan nodig.

Kortom: de profylaxe betreft tegenwoordig een nauwe groep hoogrisicosituaties, tandvleesontsteking stelt meer bloot dan één afspraak, antistolling wordt voor mondzorg niet gestaakt, plaatselijke maatregelen volstaan, en plaatjesremmers vragen geen bijzondere voorzorg.