Fotodocumentatie: zonder standaardisatie bewijst een voor-en-na niets
Fotodocumentatie in de orthodontie dient drie afzonderlijke doelen: diagnostiek, communicatie met de patiënt en bewijsvoering. Alle drie vragen hetzelfde, namelijk beelden die in de tijd vergelijkbaar zijn.
Vergelijkbaar betekent gestandaardiseerd. Twee opnamen van verschillende afstand, met verschillende belichting en verschillende uitsnede laten geen beoordeling van verandering toe: zij tonen twee onvergelijkbare situaties.
De volledige orthodontische serie omvat extraorale opnamen frontaal in rust, frontaal lachend en in profiel, plus de intraorale frontale, laterale rechts en links, en occlusale boven en onder.
De minimale uitrusting is een camera met macro-objectief en een ringflitser of dubbele flitser. De ringflitser geeft gelijkmatig, vlak licht, handig voor intraorale opnamen; dubbele flitsers geven meer diepte.
Een telefoon is niet geschikt voor klinische documentatie, niet vanwege de resolutie maar vanwege het ontbreken van controle over brandpuntsafstand en belichting — precies wat gestandaardiseerd moet worden.
De instellingen worden vastgelegd en genoteerd. Zelfde vergrotingsfactor, zelfde diafragma, zelfde afstand: alleen zo is de controleopname vergelijkbaar met de beginopname.
Bij intraorale opnamen worden de wangspreiders per paar gebruikt en symmetrisch getrokken. Een spreider die harder wordt getrokken dan de andere levert een beeld op dat een niet-bestaande asymmetrie suggereert.
Spiegels moeten worden verwarmd om beslaan te voorkomen, en het verkregen beeld moet bij archivering worden gespiegeld, anders zijn rechts en links verwisseld.
Bij extraorale opnamen is de hoofdhouding de kritische variabele. De opname wordt gemaakt met de patiënt in natuurlijke hoofdhouding, niet met het Frankfortvlak evenwijdig aan de vloer.
Het verschil is aanzienlijk: de natuurlijke houding is reproduceerbaar en komt overeen met hoe de patiënt zich in het leven presenteert, terwijl een op een anatomisch vlak afgedwongen houding per behandelaar verschilt.
De juridische waarde is de functie die men pas waardeert wanneer zij nodig is. Een volledig beginddossier toont de uitgangssituatie, en bij een geschil is het het stevigste beschikbare bewijs.
Bestaande bevindingen vastleggen — recessies, restauraties, reeds aanwezige witte laesies, asymmetrieën — beschermt tegen latere toeschrijving aan de orthodontische behandeling.
Kortom: standaardisatie van afstand, belichting en houding maakt foto's pas bruikbaar, wangspreiders worden symmetrisch getrokken, de natuurlijke hoofdhouding is beter reproduceerbaar dan een afgedwongen houding, en een volledig beginddossier heeft een waarde die men op het slechtste moment ontdekt.