Flosdraad: het bewijs is zwak, maar de conclusie is niet die zij lijkt
Flosdraad wordt al decennia aanbevolen, en enkele systematische reviews hebben het bewijs voor de werkzaamheid ter discussie gesteld. Het nieuws circuleerde alsof floss nutteloos zou zijn, en de juiste conclusie luidt anders.
De reviews wijzen erop dat de beschikbare studies methodologisch zwak en kort zijn, niet dat floss niet werkt. Een wezenlijk verschil dat in de berichtgeving verloren gaat.
Het hoofdprobleem van die studies is dat zij floss meten zoals deelnemers het gebruiken, vaak met verkeerde techniek. Een verkeerd gebruikt hulpmiddel geeft matige uitkomsten, en dat zegt niets over de potentiële werkzaamheid.
De juiste techniek past een minderheid toe. De draad wordt met een verticale beweging langs het approximale vlak geleid, omvat het element in een C en gaat licht de sulcus in.
De horizontale zaagbeweging, die vrijwel iedereen maakt, snijdt de papil door en reinigt het vlak niet: zij verwijdert zichtbaar voedselresidu en laat de biofilm zitten.
Wat tussen floss en rager beslist is de beschikbare ruimte. Waar een toegankelijke interdentale ruimte bestaat, heeft de rager duidelijk beter bewijs en verdient hij de voorkeur.
Floss blijft aangewezen waar de elementen strak contact maken en geen rager past: doorgaans in het front en bij jonge patiënten met intacte papillen.
Dat keert het gebruikelijke advies om. In plaats van iedereen floss aan te raden en ragers aan wie ruimte heeft, kan men beter de rager aanraden waar hij past en floss waar hij niet past.
Gewaxte floss glijdt beter door strakke contacten en rafelt minder; ongewaxte heeft meer wrijving, die sommigen effectiever achten, maar breekt eerder op overhangende restauratieranden.
Floss die steeds op dezelfde plek rafelt is een klinisch teken en geen productgebrek: het wijst op een onregelmatige restauratierand of een approximale laesie.
Flosshouders helpen patiënten met verminderde handvaardigheid of moeite met de achterste gebieden. Perfecte floss verkeerd gebruikt is minder waard dan een handig hulpmiddel goed gebruikt.
De monddouche is een gedeeltelijk alternatief met groeiend bewijs, vooral nuttig bij orthodontische apparatuur en implantaten. Zij vermindert ontsteking, maar voor mechanische verwijdering van aanhechtende biofilm blijft zij onder de hulpmiddelen die het oppervlak raken.
Kortom: het zwakke bewijs weerspiegelt studiekwaliteit en verkeerd gebruik, de C-techniek telt zwaarder dan het type floss, de rager verdient de voorkeur waar hij past, en floss die steeds op dezelfde plek rafelt hoort onderzocht.