Droge mond: vóór het symptoom te behandelen hoort de medicatielijst bekeken

Xerostomie is een klacht die de patiënt als hinder meldt en die de tandarts als belangrijke risicofactor zou moeten lezen. Speeksel is niet louter vocht: het is het voornaamste beschermingssysteem van de mondholte.

De functies zijn talrijk en onvervangbaar. Het buffert bacteriële zuren, levert calcium en fosfaat voor remineralisatie, spoelt resten mechanisch weg en bevat antibacteriële enzymen en immunoglobulinen.

Daalt de vloed, dan falen al deze functies tegelijk. Het zichtbaarste klinische gevolg is een duidelijke toename van cariës, met een kenmerkende lokalisatie.

Cariës door xerostomie treft de halzen en worteloppervlakken, gebieden die bij normale speekselvloed betrekkelijk beschermd zijn. Een volwassene die plots meerdere cervicale laesies ontwikkelt, hoort op droogte te worden onderzocht.

De vaakst voorkomende oorzaak is farmacologisch, en juist die stap wordt overgeslagen. Honderden werkzame stoffen vermelden xerostomie onder de bijwerkingen, en oudere patiënten gebruiken er vaak meerdere tegelijk.

De meest betrokken klassen zijn antidepressiva, antihypertensiva, antihistaminica, diuretica, anxiolytica en middelen bij incontinentie. Combinatie versterkt het effect.

Vóór enig product te adviseren om de medicatielijst vragen is dus de eerste stap. Soms kan de arts de therapie of het innametijdstip aanpassen, en dat lost meer op dan welk speekselsubstituut ook.

Andere oorzaken verdienen aandacht: radiotherapie van hoofd en hals, syndroom van Sjögren, ontregelde diabetes, uitdroging, gewoontematige mondademhaling.

De producten vallen in twee categorieën met verschillende logica. Speekselsubstituten zijn gels of sprays die de mucosa bevochtigen: zij werken op het symptoom, verlichten meteen en houden kort aan.

Stimulantia werken op de resterende klieren. Suikervrije snoepjes of kauwgom, bij voorkeur met xylitol, wekken de vloed mechanisch en via de smaak op, en werken zolang er functionerend klierweefsel over is.

Xylitol brengt een eigen effect mee: het is voor Streptococcus mutans niet te metaboliseren, en herhaald gebruik verlaagt de cariogene belasting. Een dubbel voordeel bij een reeds risicovolle patiënt.

De fluoridebescherming hoort bij deze patiënten te worden versterkt, en de standaardconcentratie volstaat niet. Een tandpasta met 5000 ppm heeft hier een van haar sterkste indicaties, eventueel naast professionele applicaties.

Kortom: xerostomie is eerder een risicofactor voor wortelcariës dan een ongemak, de oorzaak is vaak farmacologisch en hoort in de medicatielijst te worden gezocht, substituten verlichten en stimulantia werken op de oorzaak, en hooggeconcentreerd fluoride is aangewezen.