Diabetes en parodontitis: de relatie loopt beide kanten op

De verbinding tussen diabetes en parodontitis behoort tot de best gedocumenteerde orale-systemische verbanden, en zij is wederzijds: elke aandoening verergert de andere.

Slecht ingestelde diabetes verhoogt de vatbaarheid voor parodontitis via meerdere mechanismen. Hyperglykemie verstoort de functie van neutrofielen, vermindert het herstelvermogen en bevordert gevorderde glycatie-eindproducten in het weefsel.

Die maken collageen minder elastisch en moeilijker te verbouwen, wat verklaart waarom genezing na parodontale therapie bij een diabetespatiënt trager verloopt.

De omgekeerde richting is de minder bekende en klinisch interessantere. Uitgebreide parodontitis vormt een systemische ontstekingslast die bijdraagt aan insulineresistentie.

Reviews tonen dat parodontale behandeling bij diabetespatiënten een daling van het HbA1c oplevert — bescheiden in omvang, maar klinisch betekenisvol en vergelijkbaar met het toevoegen van een geneesmiddel.

Het is een bevinding die het waard is te delen met de patiënt en, waar mogelijk, met zijn internist, want zij verschuift de parodontale therapie van plaatselijke ingreep naar onderdeel van de metabole behandeling.

Het HbA1c is de waarde die in de anamnese wordt gevraagd, en wel het getal, niet of de diabetes goed is ingesteld. De eigen inschatting van de patiënt valt meestal optimistisch uit.

Waarden onder zeven procent wijzen op een goede instelling en een parodontaal risico dicht bij dat van de algemene bevolking. Boven acht procent stijgt het risico merkbaar en verslechtert de behandelrespons.

Boven negen procent worden electieve chirurgische ingrepen uitgesteld, en krijgt de metabole instelling voorrang, in overleg met de behandelend arts.

De nazorgintervallen worden verkort ten opzichte van niet-diabetische patiënten. Intervallen van drie of vier maanden vormen het overheersende advies, tegenover zes voor de algemene bevolking.

Xerostomie komt bij diabetes vaak voor, zowel door de aandoening als door de medicatie, en voegt een risico op wortelcariës toe dat met hooggeconcentreerd fluoride wordt aangepakt.

Orale candidose komt vaker voor en hoort actief te worden gezocht, in het bijzonder bij prothesedragers, waar zij samengaat met prothesestomatitis.

Kortom: de relatie is wederzijds en parodontale behandeling werkt door op de glykemische instelling, gevraagd wordt de HbA1c-waarde en geen indruk, boven negen procent wordt electieve chirurgie uitgesteld, en de nazorg gaat naar drie of vier maanden.