Cariës zien vóór de röntgenfoto: transilluminatie en laserfluorescentie
Beginnende approximale cariës is met het blote oog niet zichtbaar, en de röntgenfoto toont haar wanneer de demineralisatie al een aanzienlijk deel van het weefsel heeft aangetast.
In de ruimte tussen die twee momenten bevinden zich de optische methoden, die vroegere veranderingen opsporen zonder ioniserende straling te gebruiken.
Transilluminatie berust op een eenvoudig principe: gezond glazuur laat licht door, gedemineraliseerd weefsel verstrooit het. De laesie verschijnt daardoor als een donkere schaduw tegen een lichte achtergrond.
De klassieke toepassing betreft de approximale vlakken van de frontelementen; apparaten die in het nabij-infrarood werken breiden de beoordeling ook uit naar de zijdelingse delen.
Het ontbreken van straling heeft één concrete praktische consequentie: het onderzoek kan zo vaak als nodig herhaald worden, wat het geschikt maakt voor het kortcyclisch volgen van een laesie die men bewust niet behandelt.
Laserfluorescentie werkt anders. Licht van een specifieke golflengte prikkelt door bacteriën gevormde porfyrines; aangetast weefsel zendt meer fluorescentie uit dan gezond weefsel, en het apparaat zet dat om in een getal.
Dat getal is het punt waar de meeste fouten worden gemaakt, omdat het de indruk wekt een objectieve maat voor cariës te zijn terwijl het een maat voor fluorescentie is.
Fout-positieven zijn talrijk en voorspelbaar: tandsteen, exogene verkleuringen, resten van profylaxepasta, plaque en sommige restauratiematerialen geven verhoogde waarden zonder dat er cariës is.
Daaruit volgt een niet-onderhandelbare werkregel: de tand moet vóór de meting gereinigd en gedroogd worden. Meten op een vuil oppervlak betekent het vuil kwantificeren.
Het belangrijkste klinische risico is overbehandeling. Een hoge waarde die als indicatie tot boren wordt gelezen, leidt ertoe beginnende laesies te openen die met risicobeheersing en fluoride zouden zijn geremineraliseerd.
Het juiste gebruik is als aanvullend element binnen een beeld dat visuele inspectie, beoordeling van het individuele risico van de patiënt en de röntgenfoto omvat, nooit als gegeven dat alleen beslist.
De grootste waarde komt naar voren in de vergelijking in de tijd: op dezelfde plek, met dezelfde reinigingsprocedure, zegt een waarde die over meerdere controles stijgt veel meer dan het losse getal dat één keer is afgelezen. De bitewing blijft de referentie voor het approximale vlak, en deze instrumenten helpen vooral bij de keuze tussen volgen en ingrijpen.
Samengevat: transilluminatie benut de lichtverstrooiing in gedemineraliseerd weefsel, fluorescentie meet de emissie van bacteriële porfyrines, het getal is geen directe maat voor cariës, tandsteen en resten geven fout-positieven als er niet eerst gereinigd wordt, en het grootste risico van kritiekloos gebruik is overbehandeling.