Adem meten: wie aan zijn eigen hand ruikt, meet niets
Halitose is een van de weinige aandoeningen waarbij de patiënt niet zelf kan beoordelen of het probleem bestaat, en dat levert twee tegengestelde fouten op.
Reukadaptatie maakt het onmogelijk de eigen geur waar te nemen: het reuksysteem meldt een constante prikkel na enkele minuten niet meer.
Huismiddelen werken niet. Aan de hand ruiken na erop te hebben geblazen meet de uit de longen uitgeademde lucht, niet die welke in de mondholte blijft staan, waar halitose ontstaat.
De eerste fout is dus de patiënt met halitose die het niet weet en het ontdekt door een pijnlijke opmerking. De tweede is wie ervan overtuigd is haar te hebben zonder haar te hebben.
Die tweede toestand heeft een naam: pseudohalitose. De patiënt meldt het probleem, de meting bevestigt het niet, en het ongemak is echt ook al is de geur dat niet.
Haar herkennen is van belang omdat de aanpak anders is. Spoelmiddelen en tongschrapers voorschrijven aan wie geen halitose heeft versterkt de zorg in plaats van haar op te lossen.
Blijft de overtuiging bestaan ondanks herhaald negatieve metingen en uitleg, dan komt men bij halitofobie, die een andere benadering vraagt en soms psychologische begeleiding.
De organoleptische methode blijft de maatstaf, omdat de menselijke neus stoffen waarneemt die apparatuur niet oppikt. Zij moet echter gestandaardiseerd zijn om betekenis te hebben.
De patiënt hoort in de vierentwintig uur ervoor knoflook en ui te mijden, geen parfum te dragen, in de twee uur ervoor niet te eten of te poetsen, en enkele weken geen antibiotica te hebben gebruikt.
De beoordeling gebeurt door op vaste afstand te laten uitademen en wordt op een schaal gegradeerd, waarbij mond- met neuslucht wordt vergeleken: ruikt het alleen uit de neus, dan ligt de oorsprong niet in de mond.
Halimeters meten de totale vluchtige zwavelverbindingen en geven een getal, met het voordeel objectief te zijn en aan de patiënt te kunnen worden getoond.
Zij onderscheiden de afzonderlijke verbindingen echter niet, en de gaschromatografie die dat wel doet blijft voorbehouden aan gespecialiseerde centra. Voor de dagelijkse praktijk volstaat de halimeter naast de organoleptische methode.
Kortom: zelfwaarneming faalt door reukadaptatie, huismiddelen meten het verkeerde, pseudohalitose hoort herkend omdat zij een andere aanpak vraagt, en de organoleptische beoordeling moet gestandaardiseerd zijn om iets te betekenen.